
Kennisbank
Overall combineren met ademhalingsbescherming
Een overall en een masker zijn geen twee losse aankopen. De zwakke plek van de combinatie zit op de plek waar ze elkaar raken.
Het pak houdt tegen wat op je huid en je kleding komt. Het masker houdt tegen wat je inademt. Daartussen zit een rand van een paar centimeter waar allebei de middelen ophouden, en dat is precies de rand die het dichtst bij je luchtwegen ligt.
De kap gaat over het masker, niet eronder
Een masker dicht af op je huid. Zodra er stof tussen de afdichtrand en je gezicht zit, dicht het niet meer af. De volgorde die daaruit volgt is: masker eerst op, kap eroverheen, en de kap sluit over de banden van het masker.
Dat is ook de reden dat een facefit-test iets betekent. Bij gecertificeerd asbestwerk moet die test aantoonbaar een keer per twaalf maanden gedaan zijn met een volgelaatsmasker, en moet het certificaat op de projectlocatie beschikbaar zijn. Zo een test wordt op de huid gedaan. Wie daarna een kaprand onder de afdichting schuift, heeft die test ongeldig gemaakt.
Wij hebben geen norm gevonden die de volgorde met zoveel woorden voorschrijft. Ze volgt uit de manier waarop een masker afdicht, en uit hoe de pakken met een vaste gelaatsafdichting gebouwd zijn.
Vier manieren om de overgang te maken
| Constructie | Voorbeeld uit ons assortiment | Wat je moet weten |
|---|---|---|
| Kap over een los masker | Het gangbare type 5/6-pak | Het masker dicht af op de huid, de kap gaat eroverheen. DuPont eist voor de geclaimde Type 5-prestatie een volgelaatsmasker plus tape rond kap, manchetten, enkels en ritsflap. |
| Vaste gelaatsafdichting | Tychem 6000 F FaceSeal, AlphaTec 4000 model 151-G02 | Een rubberen rand op de kap die op een volgelaatsmasker aansluit. Bij de AlphaTec 151-G02 is de typekeuring met een Draeger Panorama Nova gedaan; met willekeurige maskers is de afdichting niet getest. |
| Aanblaasunit (PAPR) | Microchem 3000 PAPR model 701 | Overdrukkap met ventilatorunit. EN 12941 klasse TH3 met een toegekende beschermingsfactor van 40, maar alleen in combinatie met de voorgeschreven unit, slang en filters. |
| Externe persluchttoevoer | AlphaTec 4000 model 754 | Volledig ingekapseld pak op een luchtslang, met EN 14594 en EN 1073-1. Zonder aangesloten luchttoevoer is dit pak onbruikbaar. |
Schuif de tabel opzij voor de overige kolommen.
Wanneer een los masker niet meer volstaat
Er zijn drie redenen om van een los masker naar een aanblaasunit of naar luchttoevoer te gaan, en maar een daarvan gaat over de stof zelf.
- De concentratie is te hoog voor de beschermingsfactor van het masker. Bij asbestinventarisatie met mogelijke ernstige verontreiniging schrijft het certificatieschema ten minste een volgelaatmasker met aanblaasunit voor. Bij monsterneming eist het schema ten minste een halfgelaatsmasker met P3-filter, naast voor de situatie geschikte beschermingsmiddelen. Dat is een ondergrens, geen vrijbrief.
- Het werk duurt lang. Een filtermasker maakt ademhalen zwaarder, en een aangedreven systeem neemt dat werk over. In combinatie met een pak dat slecht ademt is dat geen comfortvraag maar een belastingvraag.
- De stof is er een waar filteren niet bij past. Dan kom je uit bij onafhankelijke lucht en bij een pak dat daarvoor gebouwd is, zoals de AlphaTec 4000 model 754.
Hittebelasting is de blinde vlek van deze combinatie
Een wegwerpoverall ademt slechter dan werkkleding, en met een masker erbij loopt de belasting verder op. Dit is geen comfortkwestie. Artikel 4.4 lid 6 van het Arbobesluit zegt dat de draagtijd van een persoonlijk beschermingsmiddel beperkt moet blijven tot het strikt noodzakelijke. DuPont legt de beoordeling daarvan uitdrukkelijk bij de gebruiker neer: die is zelf de enige die kan bepalen hoe lang dit pak bij dit werk gedragen kan worden, ook met het oog op hittestuwing.
Uittrekken is deel van de combinatie
De belangrijkste regel van deze pagina staat op een andere: het masker gaat als laatste af. Bij het uittrekken van de overall wervelt op wat erop zit, en dat is het moment met de hoogste concentratie van je dienst. De asbestprocedure schrijft voor dat je je volledig uitkleedt terwijl het masker op blijft en de motorunit aan, en dat je het masker pas afzet na minimaal een minuut douchen. Stap voor stap bij aan- en uittrekken.
Praktische aandachtspunten
- Maat. Een aanblaasunit met accu op de rug en een slang vragen ruimte onder of over het pak. Ga een maat omhoog, zie maat kiezen.
- Compatibiliteit is geen aanname. Bij de AlphaTec 4000 model 151-G02 staat in de handleiding welke maskers getest zijn. Een gelaatsafdichting die op het ene masker past, past niet vanzelf op het andere.
- Vingerlussen en dubbele manchetten. Die zitten er om de mouw op zijn plek te houden als je je arm strekt, zodat de overgang naar de handschoen niet openvalt. Bij de Type 5-test van de Microchem 3000 PAPR zaten de polsen met tape aan de handschoenen vast; zie afdichten met tape.
- Bij asbest: transitoverall in een afwijkende kleur. Die trek je bij indirecte decontaminatie over je aanblaasunit en slang heen. Zie asbestverwijdering.
Vragen
Moet de capuchon over of onder het masker?
Over. Het masker dicht af op je huid, dus daar hoort geen stof tussen te zitten. De kap sluit over de rand en over de banden van het masker heen. Bij pakken met een vaste gelaatsafdichting zit die afdichting ook aan de buitenkant tegen het masker aan.
Is een FFP2-masker genoeg bij asbest?
Nee. Het certificatieschema noemt bij monsterneming ten minste een halfgelaatsmasker met P3-filter, en bij inventarisatie met mogelijke ernstige verontreiniging een volgelaatmasker met aanblaasunit.
Kan ik elk masker combineren met een pak met gelaatsafdichting?
Niet zonder het na te lopen. Ansell schrijft voor de modellen 151 en 151-G02 dat de afdichting is getest op compatibiliteit met een aantal maskers en dat de typekeuring met de Draeger Panorama Nova is uitgevoerd. Met andere maskers is de afdichting niet getest.
Waarom is een PAPR-pak zonder zijn unit onbruikbaar?
Omdat de bescherming uit de combinatie komt. De toegekende beschermingsfactor van 40 bij de Microchem 3000 PAPR geldt alleen met de voorgeschreven ventilatorunit, slang en filters. Zonder die unit is er geen overdruk in de kap en vervalt de basis onder het cijfer.
Bronnen
- DuPont, gebruiksaanwijzing Tyvek 500 Xpert: Volgelaatsmasker plus tape vereist voor de geclaimde Type 5-prestatie
- Ansell, gebruikershandleiding AlphaTec 4000 model 151 en 151-G02: Gelaatsafdichting getest met Draeger Panorama Nova
- Ansell, datasheet model 151 (26667700-EN-productsheet): Specificaties van model 151-G02, inclusief de neopreen gelaatsafdichting
- Ansell, technische fiche Microchem 3000 PAPR model 701: EN 12941 TH3, beschermingsfactor 40, alleen met de voorgeschreven unit
- Ansell, productpagina AlphaTec 4000 AVANT AIRline model 754: EN 14594 en EN 1073-1, uitsluitend op externe persluchttoevoer
- Ansell, CE-verklaring (26664000-NL-CE): CE-certificaat bij de Microchem 3000 PAPR
- Certificatieschema asbestinventarisatie en asbestverwijdering, Staatscourant 2026 nr. 29952, met de SCi-decontaminatieprocedures: Facefit-test, maskerkeuze en de volgorde bij het uitkleden
- Artikel 4.4 lid 6 Arbeidsomstandighedenbesluit: Draagtijd beperkt tot het strikt noodzakelijke
Wat we niet konden bevestigen
- Een norm of voorschrift dat de volgorde kap-over-masker met zoveel woorden vastlegt. Wij leiden die volgorde af uit de manier waarop een masker afdicht en uit de bouw van de pakken met vaste gelaatsafdichting.
- Welke maskers buiten de Draeger Panorama Nova met de AlphaTec-gelaatsafdichting zijn getest. De handleiding noemt onder meer de MSA 3S, maar geeft geen volledige lijst.