Naar de inhoud
Romp en schouders van iemand die volledig gesloten is aangekleed: de capuchon van de witte wegwerpoverall ligt over de banden van het volgelaatsmasker, de ritsflap is over de hele lengte met blauwe tape dichtgeplakt en beide manchetten zijn met tape over de blauwe handschoenen afgeplakt.

Kennisbank

Veelgemaakte fouten met wegwerpoveralls

Tien fouten die we in documentatie, productomschrijvingen en inspectierapporten terugvinden. Geen ervan is dom, ze komen allemaal uit een uitleg die net niet klopt.

1. Een type kiezen zonder naar de stof te kijken

Een typenummer zegt hoe het pak zich houdt tegen een straal, een nevel of droge deeltjes. Het zegt niets over jouw chemische stof. EN 14605 schrijft zelfs niet voor met welke stof de permeatietest voor type 3 en 4 gedaan moet worden. Kijk altijd naar de doorbraaktabel voor de stof die jij in handen hebt: zie doorbraaktijden lezen.

2. Denken dat type 5 stofdicht is

"Stofdicht" is verkooptaal. De deeltjestest achter type 5 accepteert dat er stof naar binnen komt en stelt alleen een bovengrens: van de 90 metingen moeten er 82 onder 30 procent lekkage blijven, en van de 10 pakken moeten er 8 gemiddeld onder 15 procent blijven. Zie EN ISO 13982-1.

3. Antistatisch verwarren met vlamwerend

De gevaarlijkste van de tien. Een pak is antistatisch zodat het zelf geen vonk veroorzaakt. Is er eenmaal vuur, dan smelt het: DuPont zet op het etiket van de Tyvek 500 Xpert het pictogram voor brandbaar materiaal en meldt dat Tyvek bij 135 graden smelt. Zie antistatisch.

4. Een pak hergebruiken of wassen

De afstoting die type 6 oplevert en de antistatische werking zitten aan de buitenkant van de stof en spoelen eraf. DuPont: "Do not wash. Laundering impacts upon protective performance (e.g. antistat will be washed off)." Het pak ziet er daarna nog goed uit, en dat is het probleem. Zie levensduur en hergebruik.

5. De verkeerde maat

Een te krap pak zet trek op de naad en laat zich niet afplakken. Kies ruim, en bedenk dat de maattabellen van lichaamsmaten uitgaan en niet van je confectiemaat. Zie maat kiezen.

6. De kap onder het masker dragen

Een masker dicht af op je huid. Zit er stof tussen de afdichtrand en je gezicht, dan dicht het niet meer af, en de facefit-test waarmee de pasvorm is aangetoond is op de huid gedaan. Masker eerst op, kap eroverheen. Zie combineren met ademhalingsbescherming.

7. Een pak uit de zak halen en de Type 5-prestatie verwachten

De Type 5-pass van DuPont is behaald met afgeplakte manchetten, kap, enkels en ritsflap, en de gebruiksaanwijzing noemt dat als eis voor de geclaimde bescherming. Zonder tape haal je die prestatie dus niet. Zie afdichten met tape.

8. Een B-classificatie lezen als naden die virussen tegenhouden

De B van EN 14126 wordt op het stofmateriaal gemeten, niet op het complete pak. Een Type 5-B overall met gestikte naden is echt Type 5-B, maar over de naden schrijft DuPont zelf: "Stitched seams of this coverall do not offer barrier to infective agents." Zie naadtypes en EN 14126.

9. Nog steeds type 2 noemen

Type 2 stond voor een niet-gasdicht pak op overdruk. Bij de herziening van EN 943-1 in 2015 is het uit de norm verwijderd. Het bestaat alleen nog in de internationale norm ISO 16602. Bijna elke Nederlandse uitlegpagina zet het er nog bij. Zie de normen.

10. Een doorbraaktijd lezen als veilige draagtijd

De hoeveelheid stof die op het moment van de doorbraaktijd al door het materiaal is gegaan, kan afhankelijk van de toxiciteit al schadelijk zijn. 3M: "Breakthrough times are not safe wear times. Permeation rates increase with temperature."

En een misverstand dat geen fout maar een denkfout is

Een lager typenummer is niet automatisch beter voor jouw situatie. De typen staan voor verschillende vormen van blootstelling, niet voor een oplopende schaal van kwaliteit. Een type 3-pak houdt een straal tegen maar zegt op zichzelf niets over deeltjes, en andersom. Twijfel je, begin dan bij de keuzehulp.

Wat de toezichthouder in de praktijk aantreft

Voor de asbestbranche zijn er cijfers, en die zijn niet vriendelijk. Uit de Programmarapportage Asbest van de Nederlandse Arbeidsinspectie, gepubliceerd op 9 januari 2025 over de periode 2020 tot en met 2023:

  • De gemiddelde naleving door asbestsaneringsbedrijven is 69 procent. Bijna een derde van de inspecties levert een zware overtreding op.
  • 18 procent van de bedrijven heeft bij meer dan de helft van de inspecties minstens een zware overtreding.
  • De meest voorkomende asbestgerelateerde overtreding is de categorie "onvoldoende maatregelen genomen om onder de grenswaarde te komen, inclusief persoonlijke beschermingsmiddelen", en die groeit: van 29 procent van de overtredingen in 2020 naar 38 procent in 2023.
  • Over de hele periode is er geen daling of stijging in naleving te zien.

Wat er precies met de overall zelf misgaat, is in die cijfers niet uitgesplitst. Dat weten we dus niet, en we doen er geen uitspraak over. Zie asbestverwijdering.

Vragen

Wat is de meest gemaakte fout?

Een type kiezen op basis van een typenummer zonder naar de stof te kijken. Het typenummer beschrijft de vorm van de blootstelling, niet waar het materiaal tegen bestand is.

Is een type 5/6-pak genoeg voor chemisch werk?

Dat hangt van de stof en de vorm van blootstelling af. Type 6 heet in de norm zelf "limited protective performance" en wordt getest met vier vaste referentiestoffen, waarvan er maar een hoeft te slagen op de hoogste afstotingsklasse. Zie een chemische wegwerpoverall kiezen.

Mag ik zelf asbest verwijderen met een type 5/6-overall?

87 procent van de saneringen valt in risicoklasse 2 of 2a, en die mogen uitsluitend door een gecertificeerd bedrijf worden gedaan. Blijft risicoklasse 1 over, en daar is het antwoord minder eenvoudig dan het vaak wordt gebracht: welke kleding daar wettelijk minimaal vereist is, hebben wij niet in een regeling kunnen terugvinden. Dat volgt uit de risico-inventarisatie van het bedrijf zelf. Ga er dus niet van uit dat je met een doos type 5/6-pakken klaar bent.

Wegwerpoveralls in de winkel

Bronnen

Wat we niet konden bevestigen