
Waar gebruik je een wegwerpoverall voor
Een wegwerpoverall is er voor werk waarbij je kleding en huid iets opvangen dat er niet op hoort, en waarbij je dat na afloop wilt weggooien in plaats van meenemen. Hieronder staat per soort werk welk type erbij hoort, en of dat ergens is voorgeschreven of dat je het zelf moet afleiden.
Eerst dit: de overall is stap vier van vier
Dit is ongemakkelijk voor een site die naar een winkel doorverwijst, en het staat gewoon in de wet. De arbeidshygienische strategie in artikel 3 van de Arbowet zegt dat gevaren eerst bij de bron worden aangepakt, dat collectieve maatregelen voorrang hebben boven individuele, en dat persoonlijke beschermingsmiddelen pas in beeld komen als die eerdere stappen redelijkerwijs niet kunnen.
Artikel 4.4 van het Arbobesluit werkt dat uit voor gevaarlijke stoffen: vervangen, technische maatregelen, collectieve bescherming, en pas dan geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen. Lid 6 voegt er iets aan toe dat in de praktijk vaak vergeten wordt: de duur van het dragen wordt voor iedere werknemer beperkt tot het strikt noodzakelijke.
Een afzuiging, een gesloten proces of een spuitcabine gaat dus wettelijk voor een overall. Wat hieronder staat, gaat over de situaties waarin die eerdere stappen het gevaar niet wegnemen.
Wanneer beschermende kleding verplicht is
Er is geen artikel dat zegt: bij werkzaamheid X draag je een overall van type Y. Het systeem werkt anders, in drie stappen die je zelf zet.
- De risico-inventarisatie stelt het risico vast. Artikel 5 van de Arbowet verplicht de werkgever schriftelijk vast te leggen welke risico's het werk meebrengt, met een plan van aanpak erbij. De RI&E is het document waarin staat welk type overall bij welk werk hoort. Deze site vervangt dat document niet, hij helpt je het lezen.
- Het veiligheidsinformatieblad geeft het concrete aanknopingspunt. Artikel 4.1c van het Arbobesluit schrijft doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen voor bij mogelijke blootstelling aan een stof met H310, H311, H312, H314, H315 of H317, of waarbij is aangegeven dat de stof door de huid kan worden opgenomen. Dat gaat van dodelijk bij huidcontact tot huidirritatie en allergische huidreactie. Staat er een van die zinnen op, dan is beschermende kleding geen keuze.
- De middelen moeten op elkaar aansluiten. Artikel 8.1 lid 3 van het Arbobesluit eist dat middelen die tegelijk gedragen worden op elkaar zijn afgestemd en doelmatig blijven. Dat is precies het klassieke praktijkprobleem: overall, volgelaatsmasker, handschoenen en laarzen. Sluit de kap niet aan op het masker, of kan de handschoen niet over de mouw worden getapet, dan is er niet aan dat lid voldaan, ook al is elk middel apart gecertificeerd.
Per soort werk
De laatste kolom is het belangrijkste en staat nergens anders: hoe hard de koppeling tussen het werk en het type is. Een schema-eis is iets waar je niet van afwijkt. "Volgt uit de stof" betekent dat niemand het je voorschrijft en dat je het zelf moet onderbouwen.
| Werk | Wat je opvangt | Type | Hoe hard |
|---|---|---|---|
| Asbest verwijderen | Asbestvezels, droog en zwevendCategorie III, type 5/6, letterlijk voorgeschreven in de decontaminatieprocedure. | Type 5Type 6 | schema-eisstaat in een certificatieschema dat via de wet verplicht is |
| Isolatie, glaswol, steenwol | Vezels en stofDeeltjes in de lucht, dus de deeltjestest. Een capuchon en gesloten boorden doen hier het meeste werk. Deze werkzaamheid heeft op deze site geen eigen pagina. | Type 5 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Schuren, rollen, plamuren, kwasten | Droog stof, in oude verf mogelijk lood of chromaat, plus losse spatten | Type 5Type 6 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Spuiten met een spuitpistool | Verneveld product dat overal tegenaan slaat en in de lucht blijft hangenGeen Nederlandse regel schrijft hier een type voor. Type 4 is wel het niveau dat voor dit scenario is ontworpen. | Type 4 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Laboratorium | Spatten, poeders, en soms biologische agentiaBij biologische agentia komt EN 14126 erbij, dus de B achter het typenummer. | Type 5Type 6 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Voedingsindustrie | De medewerker is hier de bron: haren, vezels, vuil van buitenDe hygieneverordening eist passende, schone en zo nodig beschermende kleding. Geen type, geen kleur, geen norm. | geen type voorgeschreven | gangbare praktijkgeen wettelijk type, wat er gebeurt komt uit het eigen kwaliteitssysteem |
| Gewasbescherming, mengen en spuiten | Waterige spuitvloeistof met hulpstoffen, en geconcentreerd middel bij het aanmakenHier staat de eis op het etiket van het middel, en dat etiket is wettelijk bindend. Er is een eigen norm, EN ISO 27065, met niveaus C1 tot C3. | geen type voorgeschreven | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Afval sorteren, riool, schimmelsanering, duivenoverlast | Stof, schimmelsporen, bacterien, endotoxinenMet EN 14126 waar biologische agentia een rol spelen, en type 4-B of hoger zodra er spat en aerosol bij komt. | Type 5Type 6 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Werk in een radiologisch gebied | Losse radioactieve deeltjes op kleding en huidEN 1073-2 komt bovenop een deeltjesdicht type. Die norm gaat over besmetting, niet over straling, en vervangt nooit je adembescherming. | Type 5 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
| Gas of damp, of een onbekende stof bij een incident | Chemicaliën in gas- en dampvormType 1, gasdicht. Dat bestaat niet als wegwerppak: die pakken worden individueel gekeurd en onderhouden. | Type 1 | volgt uit de stofgeen voorschrift, het type volgt uit de RI&E en het veiligheidsinformatieblad |
Elke toepassing heeft een eigen pagina met de bronnen erbij. Alle toepassingen.
De enige plek waar de Nederlandse regels een type noemen
Het asbestcertificatieschema zelf noemt alleen "beschermende kleding", zonder type. Een laag dieper wordt het wel concreet. Het schema verwijst voor decontaminatie naar de SCi-Directe en de SCi-Indirecte decontaminatieprocedure, en daarin staat, bij het betreden van het werkgebied:
Ontdoe uzelf van kleding en sieraden;
Trek (wegwerp) ondergoed, sokken, T-shirt en overall (categorie III, type 5/6) aan;
Voor zover wij konden nagaan is dit de enige plek in de Nederlandse regelgevingsketen waar een wegwerpoverall met een concreet type en een concrete PBM-categorie wordt voorgeschreven. Let ook op wat er nog meer staat: niet alleen de overall, ook ondergoed, sokken en T-shirt zijn wegwerp. En bij de indirecte procedure komt er een tweede overall bij, de transitoverall, die volgens diezelfde procedure een afwijkende kleur moet hebben dan de werkoverall. Dat betekent bij indirecte decontaminatie twee overalls per persoon per shift, in twee kleuren.
Waar een wegwerpoverall niet voor is
- Vuur en hitte. Standaard wegwerpoveralls zijn uitdrukkelijk niet vlamwerend. Tyvek smelt bij 135 graden en het etiket draagt het pictogram voor brandbaar materiaal. Verwarrend genoeg draagt datzelfde pak vaak wel EN 1149-5 voor antistatiek. Dat is precies andersom bedoeld: het pak is antistatisch zodat het zelf geen vonk veroorzaakt.
- Je longen. Een overall met EN 1073-2 beschermt je lichaam tegen radioactieve deeltjes en vervangt je adembescherming niet. De norm die ook de ademhalingswegen dekt, is EN 1073-1, en dat is een pak met eigen luchttoevoer.
- Een hele dienst achter elkaar. Een wegwerpoverall ademt slechter dan werkkleding, en hittebelasting is een arbeidsrisico en geen comfortkwestie. Fabrikanten leggen de beoordeling van de draagduur uitdrukkelijk bij de gebruiker, en het Arbobesluit beperkt die draagtijd tot het strikt noodzakelijke.
- Een tweede keer. De afstotende laag en de antistatische behandeling zijn oppervlaktebehandelingen die er bij wassen af gaan.
Uittrekken is de riskantste handeling van de dag
Bij een besmette overall zit het risico niet in het dragen maar in het uitdoen. De SCi-procedures beschrijven het bij asbest stap voor stap: de vuile kleding gaat direct de asbestafvalzak in, en het ademhalingsbeschermingsmiddel blijft op terwijl de rest uitgaat. Die volgorde is generaliseerbaar naar ander vuil werk.
Vragen over het gebruik
Wie betaalt de overalls?
De werkgever, en dat mag niet worden ingehouden op het loon. Artikel 44 van de Arbowet is daar kort over: de kosten die verbonden zijn aan de naleving van de regels worden niet ten laste van de werknemers gebracht.
Bij hetzelfde onderwerp hoort artikel 8 van de Arbowet: een doos overalls neerzetten is niet genoeg. De werkgever moet ervoor zorgen dat werknemers weten waar het middel voor dient, hoe het werkt en hoe ze het moeten gebruiken, en moet toezien op het juiste gebruik.
Welk type overall heb ik nodig bij asbest?
Categorie III, type 5/6. Dat staat letterlijk in de SCi-decontaminatieprocedures waar het certificatieschema naar verwijst, samen met wegwerp ondergoed, sokken en T-shirt.
Twee dingen erbij. De capuchon staat niet met zoveel woorden in die procedure; dat is gangbare praktijk en geen citaat uit de regels. En de aanduiding SC-530 die je overal nog tegenkomt, bestaat niet meer: het heet nu het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering.
Hoe lang kan ik een wegwerpoverall aanhouden?
Daar bestaat geen getal voor, en de fabrikanten geven dat ook toe. DuPont schrijft in de gebruiksaanwijzing dat de gebruiker zelf moet beoordelen hoe lang de overall bij een bepaalde klus gedragen kan worden, gelet op de beschermende prestatie, het draagcomfort en de hittebelasting.
Wat wel vaststaat: hij gaat uit zodra hij beschadigd of doorweekt is, hij gaat na een besmette klus direct het afval in, en de draagtijd blijft beperkt tot het strikt noodzakelijke. Een natte type 5-overall is bovendien geen type 5-overall meer in de zin waarvoor hij getest is.
Van hier verder
- Wegwerpoverall type 5 en 6Type 5 tegen droge deeltjes en type 6 tegen lichte nevel: wat de tests betekenen en welke overalls eraan voldoen.
- Wegwerpoverall type 3 en 4Type 3 houdt een straal vloeistof tegen, type 4 een spray. Wat dat verschil in de praktijk betekent en welke overalls eraan voldoen.
- Wegwerpoveralls per toepassingPer soort werk het type overall dat erbij hoort, van asbestsanering tot de voedingsindustrie.
- Keuzehulp wegwerpoverallIn een paar vragen naar het type overall dat bij jouw werk past.
Bronnen
- Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.4: de trapsgewijze aanpak bij gevaarlijke stoffen, met het beschermingsmiddel als laatste stap (lid 5) en de draagtijd beperkt tot het strikt noodzakelijke (lid 6)
- Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.1c: de H-zinnen waarbij doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven, van H310 tot en met H317
- Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 8.1: lid 3, de eis dat middelen die tegelijk gedragen worden op elkaar zijn afgestemd en doelmatig blijven
- Arbeidsomstandighedenwet, artikel 3 en 5: de arbeidshygienische strategie zelf en de plicht de risico-inventarisatie met plan van aanpak schriftelijk vast te leggen
- DuPont, gebruiksaanwijzing Tyvek 500 Xpert (CE-document, PDF): dat de fabrikant de beoordeling van de draagduur uitdrukkelijk bij de gebruiker legt, gelet op beschermende prestatie, draagcomfort en hittebelasting
- NEN, NEN-EN 1073-2:2002, titel en scope: de norm die over besmetting met radioactief stof gaat en niet over straling, en die alleen het lichaam dekt. De volledige normteksten zijn auteursrechtelijk beschermd en alleen tegen betaling bij NEN te koop, dus de catalogus geeft de titel, de scope en de status en niet de eisen zelf. Dat geldt ook voor de twee NEN-regels hieronder
- NEN, NEN-EN 1073-1:2016+A1:2018, titel en scope: de norm die ook de ademhalingswegen dekt, met eigen luchttoevoer, het verschil met 1073-2 in de rij over je longen
- NEN, NEN-EN-ISO 27065:2017, titel en scope: de pesticidennorm met de niveaus C1 tot C3 uit de tabelregel over gewasbescherming